U klaagt, wij draaien?

Geplaatst op 18 mei 2015 in klachtplicht, wanprestatie

u-klaagt-300x200

Waar partijen zaken met elkaar doen, worden fouten gemaakt. Of dit nu een simpele koop van een wasmachine voor thuisgebruik, of zakelijke overeenkomsten van ieder soort en van iedere omvang.

Klagen verplicht!

In ons burgerlijk wetboek zijn twee bepalingen opgenomen die van beslissend belang kunnen zijn, in geval een tekortgedane partij verhaal wil halen op de wanpresterende partij.

Het betreft het artikel 6:89 BW waarin de algemene klachtplicht is opgenomen en artikel 7:23 BW waarin de klachtplicht in geval van een koopovereenkomst is opgenomen.

Recentelijk heeft de Hoge Raad het arrest FAR Trading/Edco (ECLI:NL:HR:2014:3593) gewezen dat het beroep van de wanpresterende partij op het niet-tijdig klagen duidelijk afbakent en de klager wellicht iets meer speling geeft.

Want hoewel de hoofdregel is dat een rechtsvordering na verloop van vijf jaar verjaard, had een beroep van de wanpresterende partij op het niet-tijdig klagen vaak desastreuse gevolgen.

De algemene klachtplicht regelt namelijk dat de benadeelde partij binnen ‘bekwame tijd’ na ontdekking van het gebrek moet klagen en dat als dat nagelaten wordt het beroep op wanprestatie vervalt.

De klachtplicht in geval van een koopovereenkomst regelt ook dat binnen ‘bekwame tijd’ geklaagd dient te worden, maar in het specifieke geval van de consumentenkoop is de klachttermijn wettelijk op twee maanden vastgesteld.

De klachtplicht is vastgesteld ter bescherming van de schuldenaar, de wanpresterende partij. Want, indien niet binnen bekwame tijd geklaagd wordt over een prestatie is het voor de schuldenaar moeilijk of misschien wel onmogelijk geworden om zich te verdedigen.
Bewijzen, archieven, informatie en kennis bij betrokkenen kan beperkt beschikbaar zijn of verloren gaan.

Stappenplan bij klagen

Dat de reikwijdte van de klachtplicht ver strekt blijkt uit de jurisprudentie. Ook al wordt wellicht op inhoudelijk terechte gronden een schuldenaar aangesproken; het is heel goed mogelijk dat indien niet tijdig is geklaagd, de vordering wordt afgewezen.
Het nadeel blijft dan dus bij de benadeelde partij met alle gevolgen van dien.

Gezien de mogelijk verstrekkende gevolgen van een beroep op het niet-tijdig klagen, is het van belang dat duidelijkheid bestaat over de stelplicht en bewijslast.
Met het arrest FAR Trading/Edco heeft de Hoge Raad deze duidelijkheid gegeven.

De Hoge Raad heeft in verband met de klachtplicht het volgende ‘stappenplan’ ontwikkeld. Indien een benadeelde partij een schuldenaar op grond van wanprestatie aanspreekt, moet de aangesproken schuldenaar zich beroepen op ontijdigheid van de klacht. Doet hij dit niet, is het niet aan de rechter dit ambtshalve, uit eigen beweging, te bepalen en zal de ontijdigheid van een eventuele klacht geen rol spelen.

Aan dat beroep op de ontijdigheid van een klacht wordt door de Hoge Raad hoge eisen gesteld omdat zij heeft bepaald dat sprake is van een zogenaamd ‘bevrijdend verweer’.
De schuldenaar die zich beroept op ontijdigheid van een klacht moet voldoende feiten en omstandigheden stellen, en zo nodig bewijzen, waaruit kan volgen op welk moment de schuldeiser heeft ontdekt of bij een redelijkerwijs van hem te vergen onderzoek had behoren te ontdekken dat de verrichte prestatie niet aan de overeenkomst beantwoord. Daarbij dient ook de aangesproken schuldenaar te stellen en te bewijzen dat het tijdsverloop vanaf dat moment tot aan het moment waarop de schuldeiser geklaagd heeft, zo lang is geweest dat sprake is van ontijdigheid van de klacht. Pas dan, als de schuldenaar aan deze stelplicht en bewijslast heeft voldaan, heeft een beroep op ontijdigheid van een klacht kans van slagen.

De conclusie is dat de klachtplicht verstrekkende gevolgen kan hebben voor een benadeelde partij, maar dat met de nu vastgestelde regels van stelplicht en bewijslast de scherpe kantjes er wat vanaf zijn.

Dus, U klaagt, wij draaien?
Ja, indien u tijdig heeft geklaagd.

mr. Judith Mahn